Geboortehuis in Komotobo
Gegeten in Komotobo

Ugali


 

Komotobo: ...Terug van weggeweest

Vele jaren, veel voorbereidingen en een lange reis gingen er aan vooraf. Lang keek ik uit naar dit moment. Komotobo was als een droom voor me geworden de afgelopen jaren en ik verlangde ernaar om terug te gaan en voet te zetten op Keniaanse bodem. Een plaats zo ver hier vandaan. Een compleet andere wereld. Zonder enige verwachtingen was ik aan de reis begonnen. Ik ging af op de verhalen die me verteld waren. Komotobo kende ik eerst alleen nog van foto's, maar kort voor de reis kreeg ik van de reisleider een film waarop behalve de vele gezichten van het land ook een opname van Komotobo te zien was. Na zo'n 21 jaar ging ik terug naar Kenia om voor de eerste keer écht kennis te maken met het land. Komotobo is eigenlijk niet echt een plaats zoals we dat hier kennen. Het is meer een afgezet gebied waarbinnen zich een aantal gebouwen bevinden. Zo is er een kliniek, een kerk, een weeshuis, een dovenschool en een gehandicaptenschool, een kantoortje en een aantal huizen. Deze gebouwen zijn opgebouwd en gesponsord door Zweden en Nederland in samenwerking met de plaatselijke bevolking. Veel werk is er verricht in de afgelopen 25 jaar en ik was erg benieuwd of het eruit zou zien als het beeld dat ik me van tevoren had gevormd. Nog even en een droom zou werkelijkheid worden.

We vertrokken vanuit Migori en reden richting Komotobo. Eindelijk, eindelijk was het dan zo ver. Ik ging terug naar waar alles ruim 21 jaar geleden voor mij begon. Het was ongeveer 40 kilometer rijden van Migori naar Komotobo, maar door de conditie van de wegen reden we er meer dan anderhalf uur over. Halverwege bezochten we eerst nog een school voordat we verder reden. Tot dat moment kende ik mijn geboorteplaats alleen nog maar van foto’s en dia’s, verhalen en een film. Nog even en ik zou er zelf zijn. De weg van Migori naar Komotobo was eigenlijk één kronkelend zandpad. Ik merkte dat we aan het klimmen waren, want naarmate we dichter bij Komotobo kwamen konden we steeds verder weg kijken en het uitzicht werd mooier en mooier. Onderweg passeerden we nog het “Hilton Hotel”. Klinkt misschien gek, midden in de bush van een derdewereldland, maar je ziet het heel veel. In Kenia leven mensen veel langs de weg. Van hout, plastic en ander afval materiaal proberen ze een hutje te maken, een "dak" boven hun hoofd. De meest hilarische teksten kom je er op tegen. Zo ook het Hilton Hotel dus. Hilarisch, maar eigenlijk ronduit vreselijk dat ze daar in die omstandigheden moeten leven. Ondanks alle ellende probeert men zich er door heen te slaan. Je ziet de bevolking hard werken, ook al weten ze dat ze een dag later misschien geen eten hebben. Een dag lopen voor een jerrycan water is - in het binnenland - normaal geworden. En omdat er geen communicatieve middelen zijn – zoals een telefoon –, is het altijd maar de vraag of er na een dag lopen nog water voor je over is. Gelukkig zijn er ook plaatsen waar men wateropslagtanks heeft gebouwd. Komotobo is zo'n plaats.

Plotseling zag ik – eerder dan verwacht – het bord met daarop “Komotobo”. Daar was het. We sloegen linksaf en een lang zandpad kronkelde stijl naar beneden. Halverwege viel me op dat Komotobo in een dal moest liggen en dat het bord van Komotobo op het hoogste punt in de omgeving moest staan. Het uitzicht was oogverblindend. Uitgestrekte hellingen begroeid met bomen en struiken sierden het heuvellandschap. Alleen het geluid van krekels, vogels - en als je stil was apen - kon je horen. Na nog eens een paar honderd meter kwamen we aan bij een hek. Komotobo, ik was in Komotobo. Er liep een kronkelend zandpad dwars door Komotobo heen, van voor naar achter. Links en rechts stonden de gebouwen, gesierd door de prachtige bomen, struiken en fleurige bloemen die ondanks de enorme droogte volop in bloei stonden. De chauffeurs parkeerden de busjes op een open veldje, vlakbij een gebouw waar we gedurende ons verblijf in Komotobo zouden eten. Na 21 jaar was ik weer terug in Komotobo.

Twee dagen verbleven we in Komotobo. Eigenlijk veel te kort. Dat gold niet alleen voor Komotobo, maar eigenlijk voor de hele reis. We reisden van de ene plaats naar de andere, leefden twee weken uit een koffer. Soms wilde je even de tijd nemen om ergens te blijven staan. Even genieten van het uitzicht of een mooie foto maken, maar dan liep de groep al weer verder en zat er niets anders op dan hen te volgen. Toch hadden we in Komotobo twee dagen de tijd om rond te kijken. We kwamen aan op vrijdag middag en verbleven er tot zondag middag. De gedachte - voordat ik aan de reis begon - dat ik weer zou slapen in de plaats waar ik 21 jaar geleden ook sliep was een gek idee. Gedurende deze twee dagen verbleef ik in het huis, aangrenzend aan mijn geboortehuis. Morgen zou ik alle tijd hebben om daar eens rustig binnen te kijken. Na een verfrissende douche besloot ik om samen met mijn ouders en zus naar een iets verder gelegen plaatsje te gaan. Centa. Volgens de reisleider waren daar een aantal winkeltjes en kon je er eten en souvenirs kopen. Dat wilden we graag zien en zo konden we rustig de omgeving bekijken. Het was wel een aardig stuk lopen, ik geloof een half uur. Halverwege vroegen we ons af of er wel winkeltjes zouden zijn, de reisleider had ons verteld dat het een minuut of tien lopen was. Terwijl we verder liepen kregen we hulp uit onverwachte hoek. Een Keniaantje kwam ons de weg wijzen. Na nog eens tien minuten lopen keken we in een soort dal, hier was het. Een lang zandpad liep naar beneden en links en rechts stonden wat hutjes, kleine gebouwen en er waren wat mensen. Maar winkeltjes? Misschien voor Keniaanse begrippen. Ik had er misschien meer van verwacht, maar we zaten tenslotte midden in de bush. Cola verkopen ze in Kenia op iedere hoek van de straat. Ook hier zagen we weer zo'n duka. We kochten vijf flesjes. Voor ons zelf en voor onze kleine gids. Hij had het wel verdiend. 75 shilling. Er werd al begonnen te rekenen hoeveel dat voor vijf flesjes zou zijn, niet wetende dat de vijf flesjes bij elkaar 75 shilling kostten! We dronken nu ieder dus een flesje cola van 15 shilling, omgerekend nog geen 20 eurocent. In Nederland zou je er tien keer zo veel voor kwijt zijn. Niet alleen hier, maar ook in de grotere steden en aan de kust is eten en drinken erg goedkoop.

We keken wat rond in de omgeving en hier en daar liepen we even langs een duka waar ze lappen of eten hadden uitgestald. Maar echt iets leuks vonden we niet, dus besloten we terug te lopen naar Komotobo, met een flesje drinken in de hand. Het was al eind van de middag toen we weer in Komotobo waren en ik besloot om even wat foto's te maken, want het werd al weer vroeg donker. Best raar, het was daar zomer maar toch werd het om half zeven al donker. Maar Kenia ligt op de evenaar en de zon gaat altijd op dezelfde tijd op en onder. De Kenianen waren al weer druk in de weer in de keuken om voor ons allemaal een lekkere maaltijd op tafel te zetten. Ik was benieuwd of ik nog een keer ugali zou eten in Komotobo. Dat zou wel heel lekker zijn. Afwachten maar...

De volgende dag begon met een lekker ontbijt waarna ons uitgebreid werd verteld hoe het werk er ooit is begonnen en wat er is bereikt. We kregen een uitgebreide rondleiding. Tot voorkort waren het de Zweden die in Komotobo zorgden dat alles reilde en zeilde, maar inmiddels hebben de Kenianen zelf de "touwtjes in handen" en zorgen zij er voor dat het werk voortgezet wordt. In Komotobo staat een weeshuis, een dovenschool en er is een kliniek. Gebouwd voor de lokale bevolking. Schuin tegenover de dovenschool, iets hoger gelegen, staat een kerk, nog precies dezelfde kerk waar destijds mijn ouders getrouwd zijn. Mijn ouders hadden het al eerder gezegd: "het is een prachtig plekje, Komotobo". Dat was het zeker. Richting het oosten was het uitzicht schitterend. Uitgestrekte bossen kwamen aan de horizon samen met de blauwe lucht. 's Middags waren er een aantal mensen, ik kon de verleiding wederom niet weerstaan, om een heuvel op te klimmen voor een schitterend uitzicht. Doodstil was het er. Het enige wat we hoorden was het geluid van vogels en apen om ons heen. Ik zou hier uren kunnen blijven zitten.

's Middags nam ik voor het eerst een kijkje in mijn geboortehuis. De kamer waar ik was geboren, de rest van de vertrekken, het was er nog allemaal. Wel het een en ander was er veranderd, maar er zat tenslotte ook al meer dan 20 jaar tussen. Het was erg leuk, maar ook erg bijzonder dat ik de mogelijkheid had gekregen om daar in "mijn eigen kamer" te zijn. In Komotobo waren geen souvenirs te koop, maar dat was helemaal niet nodig. Een beetje zand uit de tuin voor mijn oude kamer was een heel mooie souvenir. De dag vloog voorbij en voor ik het in de gaten had was het al weer donker en zaten we aan tafel. Geen ugali, maar ander heerlijk eten. Het was al weer de tweede en laatste nacht.

Zondag ochtend na het ontbijt was er eerst een bijeenkomst in de kerk, waar de mensen die in Komotobo hadden gewerkt en gewoond werden voorgesteld. Mijn ouders, zus en ik en nog een ander gezin waarvan de dochter ook in Komotobo was geboren werden voorgesteld aan de met Kenianen gevulde kerk. Dit was een mooie afsluiting van het verblijf in Komotobo, maar er stond me nog een verassing te wachten. Na de bijeenkomst stond er nog een maaltijd voor ons klaar voordat we weer verder zouden reizen. Ugali! Voor het eerst kon ik échte ugali eten. In Nederland is het bij een toko ook wel te koop, maar dat smaakt toch anders dan in Kenia. Het was erg lekker en leuk dat ik het toch nog een keer gegeten mocht hebben. Zo eindigde dit indrukwekkende verblijf in Komotobo op z'n Keniaans!