|
Het was een warme zonnige maandag en we zaten op een terras aan de rand van het
zwembad toen iemand mij vroeg wat ik wilde drinken. "Doe maar een biertje", zei
ik terwijl ik op mijn horloge keek. "Wat, half negen pas?", riep ik! Ik had het
gevoel dat we al een eind in de middag zaten en het leek me de perfecte tijd -
en temperatuur natuurlijk - voor een biertje. De zondag ervoor waren we al vroeg
vertrokken. Om zes uur ging de wekker en om zeven uur belde de Schiphol-taxi aan, die ons in een uurtje naar schiphol bracht. Half slapend in het busje
genoot ik nog even van de regen die tegen de ruiten tikte. De gedachte dat ik
over zo'n 24 uur in het warme Kenia zou lopen zorgde voor een glimlach op mijn
gezicht. Het leek allemaal nog een beetje onwerkelijk, maar het was dan ook nog
6000 kilometer hiervandaan.
Op schiphol werd ons in verband met het slechte weer geadviseerd om een
vliegtuig eerder naar Londen te nemen. We vlogen via Londen - waar we de rest van
de groep zouden ontmoeten - naar Nairobi. Dat werd dus nú haasten, in Londen nóg langer
wachten. Maar ja, ik was bepakt met leesvoer en muziek, daar zou ik de dag wel
mee door komen. Nadat eten en drinken aan boord was gebracht begaven we ons naar de
startbaan. Het opstijgen ging gepaard met enige turbulentie, vermoedelijk
vanwege het slechte weer. Ondanks dat ging alles zo snel en voor ik het wist zaten we in de
wolken. Enkele keren hadden we - naarmate we dichter bij Engeland kwamen - een
schitterend uitzicht. Eenmaal boven Londen bleef het vliegtuig even rondcirkelen
in afwachting op een vrije landingsbaan, waardoor we werden getrakteerd op een
prachtig uitzicht op de Thames en de Tower. Erg mooi om dat van zo'n hoogte
te zien.
In Londen moesten we een dag wachten. Een dag, want het vliegtuig naar Nairobi
vertrok pas in de loop van de avond. Die dag wachten ging best snel voorbij, net
als de rest van de reis naar Nairobi. Behalve dan de vlucht naar Nairobi zelf.
Ik kon niet slapen. Het was 9 uur vliegen, 9 uur tv kijken, radio luisteren,
lezen, etc. Een ramp. Maar, eenmaal in de buurt van Nairobi werd ook hier het
lange wachten beloond met een prachtig uitzicht, nu op de Kilimanjaro, de
"fonkelende berg ook wel genoemd". Afrika's
hoogste berg stak hoog boven de rest van het grillige heuvellandschap uit. Na 9
uur vliegen landden we dan eindelijk in Nairobi, Kenia. De reis van het vliegveld
naar het hotel duurde langer dan ik had verwacht, maar uiteindelijk kwam ook het
hotel in zicht.
Ehmmm, doe dan maar een koffie. Naar het zwembad kijkend realiseerde ik me dat het echt
pas half negen in de ochtend was. De reis duurde in totaal ruim een etmaal en ik had
minstens zoveel uren niet geslapen. Voor m'n gevoel was het al ver in de middag
en een biertje was er dus wel in gegaan, maar een kop koffie zorgde er
uiteindelijk voor dat ik weer een beetje wakker werd. De eerste dag van de
vakantie verbleven we in een hotel in Nairobi om een beetje bij te komen en te
relaxen, maar, dit zou wel de enige dag zijn om de stad in te gaan. Dat deden we
dus. Niet de hele groep. Ik geloof dat we ongeveer met z'n tienen waren. De rest
bleef relaxen in het hotel. Groot gelijk, want de reis was best vermoeiend, maar
anderzijds wilde ik iedere minuut goed benutten en besloot dus de stad in te
gaan. Het "Westerse Kenia". Nairobi is een erg drukke stad en kent vele
gezichten. Enerzijds lijkt het centrum in veel opzichten op een westerse stad
met tal van grote kantoorcomplexen, restaurants, winkels en markten, anderzijds
zie je in de buitenwijken en in de sloppenwijken rondom het centrum de
vreselijke armoede die het land zijn glans ontneemt. Niet alleen in Nairobi valt
dit op, eigenlijk zie je in het hele land grote verschillen die lijnrecht
tegenover elkaar staan. Rijkdom en armoede is daar een voorbeeld van. Terwijl we
vanaf ons hotel de stad in liepen - goed op onze tassen lettend, want de
criminaliteit is nog nooit zo hoog geweest als de afgelopen jaren - viel het me
op dat, waar je ook keek, er een enorme chaos heerst. Geen kruispunten geregeld
door stoplichten, zebrapaden of rotondes waar iedereen op z'n beurt wacht.
Eigenlijk rijd alles kris kras door elkaar heen. Zo nu en dan, als je goed om je
heen keek,
zag je een verkeersbeambte midden op een druk verkeersplein het verkeer
enigszins in goede banen leiden, vaak met gevaar voor eigen leven. Ze scheuren er als
gekken over de weg. Geen wonder dat er zo vaak verkeersongevallen plaats vinden.
We liepen vanaf het hotel een beetje naar beneden over Kenyatta Avenue, één van
de hoofdstraten in Nairobi. Aan de linker kant hadden we uitzicht op Central Park, rechts Uhuru Park. In het Uhuru Park zat een grote groep Kenianen bij elkaar te
genieten van de zon, die inmiddels loodrecht boven ons stond en zo zorgde voor de
heetste uurtjes van de dag. Alle tijd van de wereld leken ze te hebben, zo zaten
of lagen ze in het gras, wat door de hitte al behoorlijk vergeeld was. Haast
is iets wat men in Kenia niet kent. Zo las ik ergens op een klein bordje: "No hurry in
Africa!" Dat hebben we geweten!
De benen zijn in Kenia het meest gebruikte vervoersmiddel. Hier in Nederland
draaien we de kraan open en er is water. In Kenia komt het voor dat mensen een
halve dag moeten lopen om een jerrycan drinkwater te halen. Lange afstanden
lopen is daar heel gebruikelijk. Geen Keniaan die je hoort klagen.
Nadat we het eerste kruispunt van Kenyatta Avenue met Uhuru Highway hadden
getrotseerd, liepen we de winkels van hartje Nairobi tegemoet. Eén en al
winkels, groot en klein. We begonnen best wel trek te krijgen en besloten een
hapje te gaan eten bij "Whimpy". Een fast food restaurant waar er velen van in
Kenia zitten. Het eten was lekker, de bediening was op z'n Keniaans en een
beetje te vergelijken met het beeld op straat... chaotisch. Na het eten
vervolgden we al winkelend Kenyatta Avenue. Tussen het winkelen door probeerde
ik hier en daar wat foto's te maken. Dat ging helaas anders dan ik had gehoopt.
Even de tijd kunnen nemen om een foto te maken van een stukje Nairobi was er
niet bij. Kenianen associëren Europeanen gelijk met rijkdom en geld en ze houden
je dan ook - zonder dat je er iets van merkt - nauwlettend in de gaten. Bij het
maken van een foto moet je dan ook erg voorzichtig zijn, zeker wanneer je alleen
reist. De meeste Kenianen
hebben het niet zo op met het maken van foto's. Maar omdat we met een
groep bij elkaar waren, was het iets veiliger en kon ik toch nog,
vaak lopend,
enkele foto's maken. Dat leverde soms nog best mooie plaatjes op. De meeste
winkels zijn gericht op het toerisme. Souvenirs zijn er volop, de winkels
liggen er vol mee. In de ene winkel vindt je nog mooiere souvenirs dan in de
andere. Toch hebben al deze winkeltjes één ding met elkaar gemeen: de verkoper.
Ik stapte een winkeltje binnen op zoek naar typisch Keniaanse spullen. Van het
felle licht van de zon moesten mijn ogen even omschakelen naar de donkere
winkel. Even zag ik niks meer. Dat was überhaupt lastig, het plafond hing
helemaal vol met kledingstukken en grote lappen in de meest uiteenlopende
kleuren. Bukkend liep ik door de winkel. Vele malen sneller dan hier in
Nederland kwam er een verkoper naar me toe met een of ander beeldje in zijn
handen. Ik had er geen belangstelling voor en liep verder door de winkel. Direct
kwam hij achter me aan en had nu een grote lap stof in zijn handen. "I can make
a special price for you!". In gebrekkig engels probeerde de Keniaan mij van
alles te verkopen. Voor ik het wist stond ik met beide handen vol middenin de
winkel. Ik vond niet echt iets wat ik zocht en ik vervolgde Kenyatta Avenue met
de rest van de groep. Na enkele minuten stapten we een andere winkel binnen,
deze nog groter en kleurrijker dan de vorige. Ik liep een rondje en wie zag ik
daar, dat was die verkoper van de vorige winkel! Hij stond met een hand vol
kaarten in zijn handen voor me en vertelde me dat deze nog mooier en goedkoper
waren dan de vorige. Ik vroeg me af wat hij hier deed en tegelijkertijd hoorde
ik iemand hem die vraag stellen. Dit is ook mijn winkel. Bij de ingang stond
inmiddels nog een verkoper van de vorige winkel. Het leek wel of iedereen met
elkaar de winkels runde om zoveel mogelijk winst te maken. Daar stonden we mooi
te kijken. Nadat iedereen uitgekeken was of had afgerekend besloten we de winkel
te laten voor wat hij was en een stukje verder te lopen. We verlieten de grote
winkelstraat en sloegen een zijstraat in. Het viel ons direct op dat we ons nu
in een wat armere buurt bevonden en ik kreeg er een onveilig gevoel bij. We
liepen de straat verder in waar ons een nieuwe verrassing opwachtte. Voor het
eerst zag ik een "butchery", een echte Keniaanse slager. Achter ons hoorden we
een busje aankomen. We stonden nu voor de slager, waar ook dat busje stopte.
Twee mannen in slagerskleding stapten uit en liepen naar de laadbak van het
busje. Deze was te vergelijken met een busje die hier in Nederland wordt
gebruikt door de plantsoenendienst van de gemeente. Hun kleding was minstens
drie weken niet gewassen en zat onder het bloed. De laadbak ging open en beide
mannen pakten grote beenderen die ze over hun schouders gooiden. Ze liepen de
straat over met de beenderen op hun rug en gingen de slagerij binnen.
Onvoorstelbaar. Buiten was het 35 oC en deze Kenianen liepen met hele
beenderen open en bloot over hun schouders door de straat. Het vlees was niet
ingevroren en een spoor van bloed en vleesvocht liep voor mijn voeten van het
busje naar de winkel. Ook in de slagerij hing al het vlees open en bloot aan
haken. Je kon er zo tussen door lopen. Het zag er allemaal verre van
smakelijk uit en na enige tijd staan kijken van verbazing, liepen we verder,
terug richting hoofdstraat. Daar aangekomen zagen we dat er een markt was en we
besloten een kijkje te nemen. Ook hier lagen weer tal van souvenirs uitgestald
voor passerende toeristen. Ik keek even rond tussen de spullen totdat er een
Keniaan op me af kwam. "Where are you come from?" vroeg hij. "
From Holland" zei ik.
"Ah, PSV?" zei hij. Met enige verbazing keek ik hem aan. Zouden die
PSV'ers nou echt zó bekend zijn dat de Kenianen hier in de uithoeken van
Nairobi dat clubje uit Eindhoven kennen, of zouden hier vaker Nederlanders
komen? Tegelijkertijd realiseerde ik me dat deze Keniaan fan was van de
verkeerde club. No no" zei ik waarna hij tot mijn grote verbazing heel
aardig "Feyenoord?" uitsprak. No. "AJAX?" vroeg hij enigszins wanhopig. "Yes,
now we are friends" zei ik terwijl we elkaar een hand gaven. Deze man was
duidelijk op de hoogte van het Nederlandse profvoetbal en sprak de clubs in
aardig Nederlands uit. "Here, take a look at my shop" vervolgde hij. "Take your
time", "No hurry in Africa!" zei hij terwijl hij op een bordje wees.
Verkooppraatjes dus, maar met succes, want ik vond er leuke spullen. Na een
lange middag winkelen in hartje Nairobi liepen we terug richting hotel. Daar
konden we relaxen en uitrusten van een lange dag, nacht en nog een dag. Tijd
voor een biertje!
|