|
"Good morning, wake-up call!"
werd er geroepen buiten de tent. "Okay, thank You" zei ik terwijl ik nog op één
oor lag. Het was 6 uur 's ochtends en we werden gewekt door iemand van het Lodge
waar we verbleven. Gisteren kwamen we aan het eind van de middag aan in een
Lodge, Siana, net buiten het Masai Mara National Reserve. Na een lange reis van
Komotobo naar Siana werden we verwelkomt met een heerlijk koel drankje en
vochtige gastendoekjes. De reis liep voor het grootste gedeelte, toch zeker 4 à
5 uur, door het Masai Mara wildreservaat. Door de enorme droogte ontstaat er
vreselijk veel stof tijdens het rijden. En geloof me, ook al houd je de ramen
van het safari busje dicht, je staat er versteld van hoeveel stof er toch nog
binnen komt. Onder het stof zaten we dus. Daar hadden ze in het Lodge wel aan
gedacht.
We verbleven in Siana in grote 2-persoons tenten. Geen
kampeertent, maar een luxe tent met toilet, douche, wastafel, elektriciteit en
heerlijke bedden. Erg mooie tenten, temidden in het gezelschap van vele apen. Na
een verfrissende douche begaven we ons naar het restaurantgedeelte. Het diner
was werkelijk heerlijk. Tijdens het diner kregen we een onverwacht optreden van
mensen van de Masai stam. Een erg indrukwekkend gezicht wat je gezien moet hebben om er
een beeld van te krijgen. Toch is de Masai - helaas - steeds meer gericht op het toerisme.
Ze zullen wel opgetrommeld zijn toen de busjes met Westerlingen in Siana
arriveerden. Maar het was een ware show met de nodige commercie.
6 uur. Opstaan dus, want om half zeven vertrekken de busjes voor
een lange Safari door het Masai Mara wildreservaat. Om de zonsopkomst goed te
kunnen zien was enige haast geboden, dus na een kop thee vertrokken we. Voor het
ontbijt zouden we later die ochtend terug komen in Siana. Het was nog doodstil
in het park waar we verbleven. Alleen de vogels en het geritsel van apen in de
bomen kon je horen. Voor de rest, oneindige stilte. We vertrokken met ongeveer 5
busjes naar de "ingang" van het wildpark. Een omheining is er niet, maar je moet
wel door een poort om entreegeld te betalen. Het was ongeveer half zeven en de
zonsopkomst werd nu een mooie gelegenheid om te stoppen voor het maken van
foto's en voor het genieten van het prachtige uitzicht. Het beloofde weer een
warm dagje te worden. Maar, dat hoort erbij. De warmte in Kenia is heel anders
dan hier in Nederland. Als het hier erg warm wordt, dan wordt het vaak
ook benauwd. Niet in Kenia. 35 oC is daar beter uit te houden dan 30
oC hier. Maar, de enorme droogte - Kenia kent "droge" en "natte" perioden
- had ook zo zijn nadelen. Aan het eind van de regentijd, als de droge periode
eraan komt, trekken de meeste dieren naar het zuiden, richting de grote meren in
Tanzania. Op zoek naar verkoeling. Dit was de rede dat we tijdens onze safari's
op zoek moesten naar dieren. In de regentijd zijn de vlaktes in Masai Mara
bezaaid met kuddes dieren. Zebra's, buffels, gnoes olifanten... je ziet ze in
grote getale grazen. Dat was nu helaas niet het geval. Geen grote kuddes, geen
oneindige vlaktes vol met grazend wild. Daarentegen was de diversiteit wél
groot. We zagen dan weliswaar het wild niet in grote hoeveelheden, maar we zagen
wel veel verschillende soorten dieren.
Plotseling
stopte ons busje. Het knarsende geluid van de wielen in het zand ging ineens
over in doodse stilte. "There's a cheeta", zei onze chauffeur terwijl
hij naar het hoge gras wees. Patrick was één van de ervaren chauffeurs die onze
groep ongeveer een week van hot naar her reed. Nu verzorgden zij de safari's.
Een gezellige man, Bwana Mbogo zou ik hem later noemen... Veel eerder dan verwacht, want we zaten nog een beetje aan de rand van het park, zagen we
niet één, maar twee cheeta's. "Die zie je niet vaak" hoorde ik iemand zeggen in
het busje. Langzaam reden we richting de cheeta's. Even hiervoor hadden we al
een leeuw gezien, maar de chauffeur vond de cheeta's meer de moeite waard.
"Leeuwen zien we nog wel meer." Sluipend door het gras liepen ze voor onze jeep,
ik schat op een afstand van 20 meter, hooguit. Je moest goed kijken, want voor
je het wist verdwenen ze in het gras. Ze liepen vrij snel voorbij, dus snel even
wat foto's maken. "Kan ik mooi aan de rest van de groep laten zien", dacht ik.
De helft van de groep was in Siana achter gebleven en zou één safari maken, de
volgende ochtend. Ik wilde dit dagje voor geen goud overslaan. De cheeta's
hadden duidelijk geen zin in ons bezoek en we besloten ze niet verder op te
jagen.
Zoals onze chauffeur al vertelde, leeuwen zouden we nog wel meer
zien. En inderdaad, daar onder een boom in de verte zagen we een leeuw. Eén?
Nee, ik zie er nog veel meer! Naarmate we dichterbij kwamen, zagen we bij de
leeuwin ook drie welpjes liggen. Hebben die het even goed bekeken daar in de
schaduw! Het was duidelijk te zien dat deze leeuwen het dagelijks bezoek van
toeristen wel gewend waren en ze waren dan ook niet van plan om aan de kant te
gaan. Patrick reed met zijn 4x4 zelfs zo dicht naar ze toe, dat de afstand
tussen de koning der dieren en wij toeristen zo'n 5 meter was. Het was zo
ontzettend indrukwekkend om te zien. Je zou de plaatjes zo letterlijk in een
boek of op een ansichtkaart kunnen terugzien. Zo dichtbij, zo levensecht, maar
ook zo gevaarlijk en onvoorspelbaar. En dan heb ik het nog niet eens over de
buffels gehad...
Na een stukje gereden te hebben zagen we tegen een wat schuine
helling onder een eenzame boom een groep buffels staan. Toch een redelijk grote
kudde. Eén van de weinige. Steeds dichterbij kwamen we. Patrick ging wat
rustiger rijden, maar bleef rijden. Links van ons bevond zich het grootste
gedeelte van de kudde. Maar het duurde niet lang voordat ook rechts een aantal
buffels stonden. Boven het dak van het busje staken onze hoofden om de kudde
goed te kunnen zien. Ik keek eens rond en zag plots een buffel op enige afstand
achter ons staan. Alleen. Juist dán kunnen ze erg agressief worden, omdat ze
zich dan vaak bedreigd voelen. In een kudde gebeurd zoiets minder snel. Patrick
stopte met rijden en zette de motor uit. Doodstil werd het. Zo bleven we enige
tijd staan om wat foto's te kunnen maken. Ineens was daar het moment waar ik
eigenlijk al bang voor was. Vóór ons stond nu ook een buffel, alleen. Ik zakte
naar beneden en keek vanuit mijn stoel door de voorruit. Daar stond hij, of zij,
ik weet het niet meer. Het enige wat door mijn hoofd ging was de gedachte dat
wij hier nu letterlijk middenin een kudde buffels stonden. En de motor stond
uit... De buffel voor ons begon wat te blazen en krabde met een poot in het
gras. Ineens werd de stilte doorbroken door het geronk van de motor. Kennelijk
had het Patrick ook verrast, want deze reed nu met enige snelheid achteruit en
draaide met een grote bocht naar rechts, weg van de buffels. Ik had mijn
hartslag ongeveer ten hoogte van mijn hals zitten. Terwijl we weer reden stelde
iemand de chauffeur de vraag welk dier hij het mooist vind. "Buffalo's", zei
Patrick. Er ontstond een grijns op mijn gezicht. Patrick heette vanaf dat moment
voor mij Bwana Mbogo ( = meneer buffel )!
De ochtend was al een aardig eind om en we besloten om terug te
gaan naar Siana voor het ontbijt. Ik had inmiddels aardige trek gekregen.
Aangekomen in Siana waren de achterblijvers aardig onder de indruk van mijn
foto's. Met name van de cheeta's. Tijdens ons ontbijt konden we even bijkomen en
nagenieten van onze eerste safari, een indrukwekkende dag.
|